

De Nederlandse Energie Maatschappij begon als een startup en is nu de grootste onafhankelijke energieleverancier in Nederland. Er werden multimediale campagnes ontwikkeld, waaronder hun eerste inhaakcampagne voor het EK in Oekraïne, waarbij overstappers een EK thuistap cadeau kregen.
Deze campagne, met 9 verschillende BN-ers, gericht op het thuis houden van deze mannen tijdens het EK; ‘Hoe ‘m thuis’, werd geprezen vanwege zijn humor en kreeg veel free publicity en een eervolle vermelding als inhaker.
Na deze campagne richtte NLE zich op herpositionering, waarbij ze hun agressieve imago wilden verzachten en zich meer wilden richten op betrouwbaarheid en klantenbinding. Dit werd benadrukt met de nieuwe slogan ‘Kom erbij’. Een opvallende long copy printcampagne werd gelanceerd in dagbladen, wat een enorme respons en PR-waarde opleverde.
De advertentie werd getoond in alle journaals en in een groot aantal actualiteitenprogramma’s. Besproken op de radio. Er werd over gepraat op blogs en twitter explodeerde bijna. Veel dagbladen schreven erover. De PR-waarde vertegenwoordigde een bedrag van 2,7 miljoen euro. De regeringspartijen VVD en PvdA stelden Kamervragen aan de minister.
Deze campagne resulteerde in een verdubbeling van het aantal klanten dat aangaf niet van energieleverancier te willen veranderen. Daarnaast werd de ‘koepaard’ advertentie uitgeroepen tot de beste printuiting van het nieuwe millennium door De Volkskrant. Deze enkele advertentie illustreert het vermogen om grote impact te hebben en de kracht van transparantie in het opbouwen van klantvertrouwen.

De businesscase van ‘Centraal Beheer: Even Apeldoorn Bellen; is gebaseerd op het succesvolle gebruik van humor en herkenbaarheid in reclame om de naamsbekendheid en merkwaarde van Centraal Beheer te vergroten.
De campagne, die al sinds de jaren 80 loopt, is een iconisch voorbeeld van effectieve reclame in Nederland. Door grappige situaties te tonen waarin mensen in absurde verzekeringsclaims belanden en vervolgens ‘Even Apeldoorn bellen’ als oplossing wordt aangeboden, slaagde Centraal Beheer erin om hun merk op een sympathieke en memorabele manier te promoten.
De kracht van de campagne ligt in de combinatie van humor, herkenbaarheid en de focus op de dienstverlening van Centraal Beheer als betrouwbare verzekeringspartner.
De reclames hebben een breed publiek aangesproken en hebben bijgedragen aan het versterken van het imago van Centraal Beheer als een verzekeraar die klaarstaat om te helpen in allerlei onverwachte situaties.

Klap Des Bouvries Bredius is al sinds 1854 een makelaar in assurantiën. Echter in de volksmond werd de firma steeds vaker aangesproken met Klap. De oplossing op de vraag hoe daarmee om te gaan was even helder als simpel.
Verander de naam gewoon in Klap. Toen die beslissing was genomen moest er een nieuw logo en huisstijl ontwikkeld worden. Vervolgens moest de naamswijziging gecommuniceerd worden.
De gedachte was om hiervoor een corporate brochure te ontwikkelen, maar ja... hoelang blijft zo’n brochure bewaard, daarover kun je van mening verschillen.
Vandaar het voorstel om geen brochure te gaan maken, maar om te kiezen voor wat je kunt noemen een ‘koffietafelboek’. Een uitgave die in omvang, formaat en verschijningsvorm dermate indrukwekkend is dat iedere ontvanger die absoluut zal bewaren en zeker niet zal durven weg te gooien.
Bij het uitwerken van het concept voor dit koffietafelboek was de gedachte dat verzekeraars stiekem dol zijn op schade. Voor een flinke brand of overstroming mag je ze letterlijk wakker maken. Dan springen ze in hun auto, niet als ramptoerist maar als partner van hun klant. Ze proberen er voor hun klanten uit te halen wat erin zit.
Dat gedachtengoed is in dit boek als uitgangspunt genomen. Dit boek laat een groot aantal van dat soort rampen zien. Overigens zonder dat er persoonlijk leed is geleden. Want daar houdt niemand van. Bij iedere foto is een toelichting geschreven wat Klap in zo’n situatie doet en kan betekenen.
Als titel is gekozen voor ‘rampzalig’ een woord dat voor de goede verstaander een dubbele betekenis heeft. Vanuit deze filosofie zijn ook advertenties en andere uitingen ontwikkeld.

De vaste pagina in De Telegraaf (autotelegraaf) en het blad Autovisie werden samengebracht, ze gingen met één redactie samen onder de naam Autovisie. Dat is goed nieuws voor de lezers want alle media; krant, magazine, online en boek zijn nu herkenbaar van dezelfde afzender en verwijzen naar elkaar.
Ook voor adverteerders is dat goed nieuws; één aanspreekpunt voor de hele autoportal. Deze propositie is ten opzichte van de concurrentie uniek en bovendien is er geen andere concurrent die dit bereik kan evenaren. Deze nieuwe propositie moest in de markt gezet worden naar zowel adverteerders als consumenten.
De insight daarbij was dat Autovisie een écht mannenblad is, meer nog dan Playboy! Daarom het voorstel waarin de auto belangrijker is dan de vrouw. De beelden bestonden uit (vakantie)foto’s waarin de man zijn vrouw of vriendin fotografeerde. Alleen stond de betreffende vrouw er nooit scherp op, of soms zelfs maar half. In de achtergrond stond namelijk altijd een fraaie auto, die wél scherp in beeld was.
De boodschap was helder; ‘Goed nieuws voor autoliefhebbers’, want vanaf nu elke dag online, iedere week in De Telegraaf, elke 2 weken het magazine en 1x per jaar het boek. Daar kan je geen genoeg van krijgen. De campagne is uit- gerold in print, online en via radiocommercials.